Muziek en Poëzie

Gedicht van de maand (september 2019)

vrind

 

ik kwam terug in gelagkamer

een vreemde zat op mijn stoel

hij zei ‘heb je echt wel geleefd?

steeds gedaan wat je kon?

en meer nog dan je wilde?’

 

‘je kots opgedweild

van het spiegelend zeil

en tussen de glazige brokken

je woorden van trots weer gevonden?

ze terug gepropt in je mond?’

 

‘door gangen gedwaald op zoek naar de kamer

waar ze je kiezen gaan kraken?’’

waar je lag, bedekt door een laken

met een gat, uitgespaard voor je kaken?

 

‘met je piemel in je hand gestaan

naakt voor een lachend publiek?

als je ziel dan verschrompelt, ken je dat?

als het zweet bij je haarwortels brandt?’’

 

‘wakker geworden in een vreemd bed

en je kijkt in een tollende wereld

naar het wijze gezicht van de naamloze slet

die je liefde gaf voor je geld?’

 

‘oog in oog met een hert in het woud

dat stil staat en spreekt met de mond van een god

en zegt: je bent oud en verrot…

en dan weg spurt tussen de takken?’

 

‘gespeeld op het krakende orgel

van een dorpskerk hoog in het noorden?

je Gloria klinkt in misplaatste akkoorden

en niemand die het ooit hoorde?’

 

‘de naam van je liefde

in spijkerschrift

op het arme vel van je arm

waar roest mengt met bloed

omdat zij je niet moet

en het stanleymes valt uit je hand?’

 

- op alles knikte ik ja

mijn vrind, want dat was hij nu wel,

bestelde twee vazen met bitterzoet vocht

en we klonken met kracht

en als scherven klonk onze lach.

Dichtbundel 'Zwart schitterend' uit 2014.

Nog enkele exemplaren te verkrijgen bij de auteur; prijs 15 euro inclusief verzending (zie pagina Contact)

 

tocht

 

ik zei:

achter je sta ik

wees dus niet bang

maar ik liep je voorbij

en mijn keel had geen klank

en je stem suisde stil in mijn oren

 

onze ogen verblind

de woorden bevroren

guur was de wind

ons bed was halfleeg

en een wees was ons kind

op een boomloze vlakte geboren

 

steeds achter je toch

straalde woekerend licht

als röntgen door je karkas

je liep door kraters van kanker en as

struikelde, viel in een donkere plas

stond weer op, tastte in duisternis

was een schim in je lichtende jas

 

nu wisten we  beiden:

we zijn elkaar kwijt

stil staat de tijd

in een joelende menigte ratten

 

dan

een onhandig en stamelend gezang

maakt zich los van trillende bomen

trekt je zacht naar een gat in het woud

daar vind je een altaar, brak en vermolmd

daar bladdert het herfstgroene goud

 

de zon gaat zingend omhoog

oog van het leven, oud als de maan

hier vind je me terug en je gaat voor me staan

je opent je mond

het gezang dat verstomt

al die tijd …

waren we samen

 

uit de bundel Zwart Schitterend uit 2014

Zingen

Sinds een jaar of vijf heb ik zangles, oorspronkelijk  uit een ‘therapeutische’ behoefte: namelijk vanuit de wens iets lichamelijks te doen én met me te verhouden tot … ja mijn ziel zou ik zeggen.

Tijdens mijn adolescentie had ik in een punkbandje gezongen, maar de laatste jaren vind ik pop- en rock muziek eigenlijk niet meer zo boeiend.

Nu leer ik een beetje noten lezen en vooral: de wijs houden! Daarbij ook: de balans vinden tussen wat je kunt  – en wat je wilt of verlangt.

Niet verbazend zal het zijn dat ik vooral naar het Romantische repertoire neig: Schubert en Schumann (zie hiernaast) en ook Strauss (Richard), Wagner en Eissler wat betreft de Duitsers.

Ook zing ik soms Engels repertoire (Elgar; Vaughn-Williams) en Frans (Gounod; Fauré) en natuurlijk Italiaans (Verdi, Mozart opera’s) en graag zou ik ook de grote arias uit het belcanto zingen!

Maar dat vraagt (nog) te veel van mijn stembereik. Ik vind het fijn om op te treden, want ik doe graag wat met expressie in mijn zang: ik moet het vooral hebben van tekstbegrip en inleving denk ik.

Zingen heeft me enorm veel gegeven: het is iets dat je eigenlijk de hele dag door mee kan nemen, als een soort doorgaande stroom in je gemoed. Met een lied dat je bestudeert en oefent krijg je echt een soort relatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan hebben we ook nog een piano in huis staan….