Muziek en Poëzie

Gedicht van de maand (november 2019)

Blinddoek

 

Ik ben er niet geboren, deze stad,

struikelde er binnen, onverwacht.

De stadpoort: daar kon geen auto door,

maar ‘t carillon weefde een lichte wolk over de daken,

zacht zingend leidde hij me door de straten.

 

In de Hout zag ik de kruinen

die hoger reikten dan de daken van de huizen,

en duizend vogeltjes verborgen

die uren voor zonsopgang

al gilden van zinloze pret.

 

Ik kende er alle straten,

genoemd naar vergeten ambachten

en schutters, zelfvoldane burgers

met breedgerande hoed en in hun hand

gegraveerde vazen met tinnen voet.

 

In het midden was het plein

dat plat lag voor het wonder van de kathedraal,

met hoge schouders: op zijn piek een kroon

met vlaggenstok als prikker in een zilverui.

 

Een lint van water, lui en aarzelend

meanderde langs de trotse gevels,

naar een grote plas in het noorden

waar op de horizon helwitte zeiltjes schoven…

 

Voorbij de duinen hoorde je de zee,

voorbij het houten kruis waar opa

recht keek in de lopen voor hij viel…

Want hij wilde geen blinddoek om.

Dichtbundel 'Zwart schitterend' uit 2014.

Nog enkele exemplaren te verkrijgen bij de auteur; prijs 15 euro inclusief verzending (zie pagina Contact)

 

tocht

 

ik zei:

achter je sta ik

wees dus niet bang

maar ik liep je voorbij

en mijn keel had geen klank

en je stem suisde stil in mijn oren

 

onze ogen verblind

de woorden bevroren

guur was de wind

ons bed was halfleeg

en een wees was ons kind

op een boomloze vlakte geboren

 

steeds achter je toch

straalde woekerend licht

als röntgen door je karkas

je liep door kraters van kanker en as

struikelde, viel in een donkere plas

stond weer op, tastte in duisternis

was een schim in je lichtende jas

 

nu wisten we  beiden:

we zijn elkaar kwijt

stil staat de tijd

in een joelende menigte ratten

 

dan

een onhandig en stamelend gezang

maakt zich los van trillende bomen

trekt je zacht naar een gat in het woud

daar vind je een altaar, brak en vermolmd

daar bladdert het herfstgroene goud

 

de zon gaat zingend omhoog

oog van het leven, oud als de maan

hier vind je me terug en je gaat voor me staan

je opent je mond

het gezang dat verstomt

al die tijd …

waren we samen

 

uit de bundel Zwart Schitterend uit 2014

Zingen

Sinds een jaar of vijf heb ik zangles, oorspronkelijk  uit een ‘therapeutische’ behoefte: namelijk vanuit de wens iets lichamelijks te doen én met me te verhouden tot … ja mijn ziel zou ik zeggen.

Tijdens mijn adolescentie had ik in een punkbandje gezongen, maar de laatste jaren vind ik pop- en rock muziek eigenlijk niet meer zo boeiend.

Nu leer ik een beetje noten lezen en vooral: de wijs houden! Daarbij ook: de balans vinden tussen wat je kunt  – en wat je wilt of verlangt.

Niet verbazend zal het zijn dat ik vooral naar het Romantische repertoire neig: Schubert en Schumann (zie hiernaast) en ook Strauss (Richard), Wagner en Eissler wat betreft de Duitsers.

Ook zing ik soms Engels repertoire (Elgar; Vaughn-Williams) en Frans (Gounod; Fauré) en natuurlijk Italiaans (Verdi, Mozart opera’s) en graag zou ik ook de grote arias uit het belcanto zingen!

Maar dat vraagt (nog) te veel van mijn stembereik. Ik vind het fijn om op te treden, want ik doe graag wat met expressie in mijn zang: ik moet het vooral hebben van tekstbegrip en inleving denk ik.

Zingen heeft me enorm veel gegeven: het is iets dat je eigenlijk de hele dag door mee kan nemen, als een soort doorgaande stroom in je gemoed. Met een lied dat je bestudeert en oefent krijg je echt een soort relatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan hebben we ook nog een piano in huis staan….